De meeste plekken zijn niet ontworpen voor vrouwen of meisjes.
Niet expres, maar ook zeker niet per ongeluk. Ze zijn ontworpen voor iemand anders. Laten we die iemand Henk noemen.
Henk is ongeveer 1 meter 83. Jong. Gezond. Mobiel. Zonder kinderwagen, zonder rollator, zonder boodschappentassen en zonder iemand die aan zijn hand loopt. En hoewel Henk geen echt persoon is, is onze echte wereld wel voor hem gemaakt.
Op een mooie dag loopt Henk naar het park. De stoep is breed genoeg voor hem. De stoepranden vormen geen enkel obstakel. Het verkeerslicht staat precies lang genoeg op groen om rustig over te steken. Dat is niet gek. Veel verkeerslichten zijn ingesteld op een gemiddelde loopsnelheid van ongeveer 1,2 meter per seconde. Precies het tempo van Henk.
In het park aangekomen gaat hij op een bankje zitten. Het zit precies goed. Niet te hoog, niet te laag. De zithoogte van openbare bankjes (zo rond de 45cm) is namelijk gebaseerd op het lichaam van Henk. Niet gek dat het zijn lievelingsbankje is.
Ook het park voelt comfortabel. De paden zijn overzichtelijk en er is een groot voetbalveld waar hij graag een balletje trapt. De bewegwijzering hangt op een fijne hoogte, hij kan makkelijk bij de prullenbakken en er is zelfs een urinoir. De struiken langs het pad vallen hem nauwelijks op.
Kortom: de stad past Henk perfect. Tot het moment dat hij niet meer alleen is. Of in een rolstoel komt te zitten. Of ouder wordt. Eigenlijk, tot onze Henk geen Henk meer is.
Als hij hand in hand loopt met zijn partner, blijkt de stoep in eens te krap. Achter een kinderwagen haalt hij de overkant van de straat niet meer binnen de tijd van het groene licht. De bejaarde vrouw naast hem komt met moeite van het bankje af, haar voeten raken de grond niet als ze zit en het bankje is te diep om makkelijk uit op te staan. Zijn dochter kan nergens plassen als ze naar de wc moet en zijn vriendinnen voelen zich, zeker ’s avonds, onveilig in het park.
De stad en de openbare ruimte zijn niet voor iedereen even vanzelfsprekend.
Dat raakt niet alleen vrouwen en meisjes. Ook mannen met kinderen, ouderen, mensen met een beperking of mensen die voor anderen zorgen lopen tegen dezelfde grenzen aan. Zodra je afwijkt van onze denkbeeldige Henk, merk je dat de ruimte niet voor je werkt.
Niet omdat iemand bewust is uitgesloten. Maar omdat veel systemen en ruimtes ontworpen zijn voor één type gebruiker. Henk is onze standaard. En zolang we die standaard niet bevragen, blijven anderen zich aanpassen aan een omgeving die niet voor hen ontworpen is.
Op International Woman’s Day staan we vaak stil bij zichtbare ongelijkheid. De loonverschillen, gebrek aan kansen en representatie. Maar ongelijkheid zit diep in ons systeem geworteld. In de afstelling van het stoplicht, de hoogte van een bankje en het gebrek aan een wc. Daarom begint een goed ontwerp niet bij een schetsontwerp of een ambtelijke behoefte.
Bij BBryx beginnen we bij de vraag ‘voor wie maken we dit?’.
En die vraag proberen we zo vroeg mogelijk te stellen. We kijken niet alleen naar de behoeften van een Henk, maar zoeken bewust naar verschillende perspectieven. Dat kost tijd en moeite, maar die investering doen we graag. Want plannen worden beter wanneer je ze maakt met de mensen die er straks daadwerkelijk gebruik van gaan maken.
In projecten werken we veelal in het speelveld van project en omgeving. De opdrachtgever heeft een ambitie, een planning en vaak ook al een idee van de oplossing. De omgeving heeft ervaring met de locatie. Zij zijn de bewoners, gebruikers, ondernemers, verenigingen die het gebied gebruiken. De opdrachtgever bepaald de grote van het speelveld, maar de omgeving geeft de plannen kleur.
Dat betekent voor ons dat we opzoek gaan naar onze doelgroepen. Want de omgeving ontwerpen voor een Henk, dat voelt als een tekortkoming. Daarom gaan wij het gesprek aan. Niet met een doelgroepenexpert, maar met de doelgroep zelf. En het liefst daar waar de doelgroep is. Want participatie hoeft van ons niet in een muf zaaltje met matige koffie en roze koeken. Wij halen de informatie op daar waar de gebruikers zijn. Je vind ons op de markt, op schoolpleinen en in het winkelcentrum. We organiseren pizzasessies met en voor pubers. We sluiten aan bij bijeenkomsten in de bibliotheek, bij sportverenigingen en theaters. We werken niet alleen met woorden maar ook met beelden, zodat taalbegrip geen drempel vormt. Want hoe meer perspectieven we meenemen in onze plannen, hoe groter de kans dat ze niet alleen voor Henk werken.
Dat zorgt er voor dat wij plekken maken waar iedereen zich thuis voelt, zonder eerst een Henk te hoeven zijn.
